Realisatie: TiDi Graphics

De organisatie van het onderwijs

De activiteiten voor de kinderen

 

De aanpak in groep 1 en 2 verschilt van die in de andere groepen. Ook
de inrichting van de lokalen en de manier van werken is anders. Het werken in
groep 1 en 2 gebeurt vanuit de kring. In de kring begint de schooldag en hier
keren de kinderen ook steeds weer terug. Daarnaast wordt gespeeld en gewerkt
aan tafels, in de hoeken, in de speelzaal en op het schoolplein. Elke schooldag
wordt geopend en beëindigd met een lied of een gebed. Enkele malen per week
wordt er ’s morgens een Bijbelverhaal verteld. Hierbij wordt de methode “Kind
op maandag” gebruikt.

 

Jongste en oudste kleuters zitten op onze school samen in 1 klas (parallelle groepen).

We hebben hier bewust voor gekozen, omdat we gemerkt hebben dat jongste kleuters
hierdoor enorm gestimuleerd worden in hun ontwikkeling. Voor de oudste kleuters
betekent dit een stimulans tot zelfstandigheid en hulpvaardigheid. Ook bevorder
je zo een meer geleidelijke doorstroming van groep 1 naar 2. Uiteraard krijgen
de kinderen die activiteiten aangeboden die op dat moment bij hun ontwikkeling
passen.

In groep 1 (4-/5-jarigen) ligt de nadruk op het wennen aan het naar school gaan.
Er is veel aandacht voor gewoontevorming en regelmaat. Leren gebeurt vooral
door spelen, terwijl er veel ruimte is voor vrijere activiteiten en verkennend
bezig zijn.

Dit gaat in groep 2 (5-/6-jarigen) door, maar hier heeft de leerkracht een meer
sturende rol, worden meer gerichte opdrachten gegeven.

 

De meeste vakken komen in samenhang aan de orde door aan een bepaald thema te
werken (bijvoorbeeld ‘de winkel’, ‘jaargetijden’ of ‘vieringen’). We richten
themahoeken in om de spelontwikkeling van de kinderen te stimuleren.

Er is veel aandacht voor taalvorming, omdat dit de basis is voor heel veel
ander leren. Hierbij wordt o.a. de methode “Schatkist” gebruikt. Prentenboeken
worden aangeboden, verhalen worden bekeken en beluisterd.

Veel kinderen zitten tweeëneenhalf of drie jaar in een kleutergroep. Dit is
afhankelijk van hun geboortedatum en hun aard en aanleg. In groep 2 worden
(speelse) activiteiten aangeboden die voorbereiden op het leren lezen, rekenen
en schrijven in groep 3. Aan het einde van groep 2 wordt besproken of een kind
toe is aan groep 3.

We vinden het belangrijk dat een kind lang genoeg in een kleutergroep zit.

Succesvol groep 3 doorlopen lukt pas als een kind hieraan toe is. We zien een
kind liever een jaar langer in groep 2, dan jarenlang op de tenen de school
doorlopen.

 

Godsdienstige vorming

Elke schooldag wordt geopend en beëindigd met een lied of een gebed. Op maandag
starten  de groepen 1/2 met een
gezamenlijke weekopening. De groepen 3 tot en met 5 en 6 tot en met 8 houden na
elk thema uit de godsdienstmethode een gezamenlijke themasluiting.

Enkele malen per week wordt er een Bijbelverhaal verteld. Hierbij wordt de
methode “Kind op maandag” gebruikt. Het is fijn dat in de kindernevendiensten
van de kerken “Kind op zondag” wordt gebruikt. Daardoor krijg je een doorgaande
lijn in verhalen en liederen.

Dagelijks brengen we onderwerpen ter sprake die het wereldbeeld van het kind
vormen. Daarbij klinken een aantal uitgangspunten door: mensen verdienen
waardering, mensen zijn geboren om in vrijheid te leven, mensen mogen steunen
op God.



Taal/Lezen

Taalonderwijs is op onze school erg belangrijk. In groep 3 leren de kinderen
lezen.  Spreekvaardigheid en luistervaardigheid van de leerling zijn belangrijk.
We gebruiken de methode “Veilig Leren Lezen”, waarbij met het bijbehorende
computerprogramma veel (extra) geoefend wordt. In de overige groepen wordt gewerkt met de methode
“Taalactief” voor taalvaardigheid en de methode “Taaljournaal” voor spelling.
In de groepen 7 en 8 wordt ook veel tijd aan werkwoordspelling besteed. Het
taalonderwijs is veelomvattend.

De woordenschat wordt uitgebreid, er is aandacht voor het verwoorden van
ideeën, spelling en luisteren naar anderen. Behalve schriftelijk taalwerk leren
we kinderen ook verhalen schrijven en spreekbeurten houden.



Bij het taalonderwijs hoort ook het leesonderwijs. Op onze school wordt veel
energie gestopt in het leren lezen. Soms wordt er klassikaal uit hetzelfde boek
gelezen, soms in niveaugroepjes en soms ook individueel. Een goede
leesvaardigheid is belangrijk voor het plezier dat je er van kunt hebben, maar
het is ook nodig bij bijna alle schoolvakken. We zorgen ervoor dat kinderen
boeken lezen die niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk zijn. Twee jaar
geleden werd een nieuwe methode aangeschaft: “Leeslijn”. Om de kinderen de
juiste boeken te laten lezen maken we gebruik van de AVI-toets. Daarmee kunnen
we de leesontwikkeling op de voet volgen.

Het niveau van uw kind wordt op het rapport aangegeven.

 

In de hogere leerjaren komt de nadruk steeds meer op het begrijpend en later ook
op het studerend lezen te liggen. We gebruiken hiervoor de methode “Leeshuis”.

We leren de kinderen niet alleen technisch en begrijpend lezen, we brengen ze
ook liefde voor én interesse in boeken bij. Daarom wordt er ook voorgelezen.
Ook vinden er veel activiteiten plaats in het kader van leespromotie: bezoek
aan de bibliotheek, ontmoeting met een schrijver/schrijfster, we doen mee met
de nationale voorleeswedstrijd en in het kader van de Kinderboekenweek worden
verschillende activiteiten georganiseerd.

Bovendien doen we mee aan het project: “Interesse Verbredend Lezen”.

Interesse Verbredend Lezen (IVL) moedigt leerlingen aan om informatie te verwerven over
wat zij zelf leuk vinden. De leerlingen kiezen zelf een onderwerp voor hun
boek. Zo lezen ze in boeken over dingen die ze interessant vinden. Met de
kennis die ze hebben opgedaan gaan de kinderen aan de slag. Zo wordt de
achtergrondkennis en de leesinteresse van kinderen vergroot.

 

Rekenen

We werken met de methode “De wereld in getallen”.

Belangrijk kenmerk is dat de oefenstof aansluit bij alledaagse situaties.

De methode kent een indeling in twee delen:

A. De gewone rekenopdrachten.

Bijvoorbeeld hoofdrekenen, handig rekenen, cijferend optellen, aftrekken,
vermenigvuldigen en delen, werken met hele getallen en breukgetallen, procenten
en verhoudingen.

B. De projecttaken.

In herkenbare situaties komen onderwerpen als meten, meetkunde, kansberekening,
tabellen, diagrammen aan bod. In dit deel gaat het om het toepassen van rekenen
in allerlei situaties.

De leerlingen leren:

-   problemen op diverse manieren op te lossen;

-   kritisch te zijn;

-   samen te werken om oplossingen te vinden;

-   samenhang tussen begrippen te herkennen.

 

Tijdens de rekenles werken we in zogenaamde instructiegroepen. Er is een groep die
zonder instructie werkt, een groep die korte instructie krijgt en een groep die
verlengde instructie krijgt. Wanneer leerlingen problemen hebben met het
programma, maken we ook gebruik van o.a. de computerprogramma’s behorend bij de
methodes “Maatwerk” en “De wereld in getallen”. Daarmee geven we extra
instructie aan de wat zwakke rekenaars en krijgt de leerling aangepaste
oefenstof. Voor leerlingen die vlot door de stof gaan, zijn er speciale
verdiepingsopdrachten.

 

In de kleutergroepen gebruiken we allerlei ontwikkelingsmateriaal als
voorbereiding op het rekenen, waarbij verschillende onderdelen aan bod komen
zoals: seriëren, classificeren, tellen, vergelijken, vorm en getallen.

Indien kinderen extra hulp nodig hebben maken we gebruik van het CITO hulpprogramma
ordenen en voor de kinderen die al wat verder zijn “Maatwerk” en “Ambrasoft”.

 

Enkele belangrijke tussendoelen zijn:

-   Aan het eind van groep 3: de getallen onder de 20 kunnen lezen en schrijven, verder
   en terugtellen vanuit een willekeurig getal, met sprongen van 2 verder/terug,
   ordenen van klein naar groot, een verhaaltje omzetten in formulesom,
   automatiseren +/- tot en met 10;

-  In groep 4: de tafels tot en met 5 kennen en kunnen werken met de getallenlijn;

-  In groep 5: kunnen vermenigvuldigen en delen met getallen tot 1000 en de tafels
   van 1 tot en met 10 kennen;

-  In groep 6: kunnen delen en de tafels kennen;

-  In groep 7: kunnen maken van eenvoudige breuksommen;

-  In groep 8: kunnen toepassen van alle cijferbewerkingen voor hele getallen,
   kommagetallen, digitale tijden kunnen hanteren, procentsommen kunnen maken.

 

Schrijven

Kinderen leren op onze school schrijven met de methode “Novoskript”. Ook voor
de jongste leerlingen (groepen 1/2) is een nieuwe methode aangeschaft:
“Schrijfatelier: bewegen en schrijven”.

Wanneer leerlingen problemen blijken te hebben met de schrijfmotoriek gebruiken
we o.a. de hulpprogramma’s “Schrijfdans”, “Schrijven leer je zo” en het “Ruitenwisserproject”.

Engels

In de groepen 7 en 8 wordt twee keer in de week Engels
gegeven.

Komend schooljaar zullen we een nieuwe methode kiezen.



Wereldoriëntatie

Op heel veel momenten wordt gesproken over de wereld om ons
heen en brengen we kinderen kennis bij over het heden en het verleden van de
aarde. Soms gebeurt dit in aparte vakken aan de hand van moderne methoden, maar
vaak ook door middel van klassengesprekken, spreekbeurten, schooltelevisie,
werkstukken, e.d.

De volgende methoden zijn op onze school in gebruik:

Natuur

:

“Leefwereld”

Aardrijkskunde

:

“Wijzer door de wereld”

Geschiedenis

:

“Wijzer door de tijd”

Verkeer

:

“Wijzer in het verkeer” en in de kleutergroepen: “Rondje verkeer”

In groep 7 doen de kinderen verkeersexamen (zowel theorie als praktijk).     Ook wordt er elk jaar een verkeersweek georganiseerd door het Verkeersouderteam (VOT).

 

Creatieve vakken

Ook voor tekenen, handvaardigheid en muziek worden
leerplannen gebruikt.

Bij deze vakgebieden werken we vanuit de methode “Moet je doen”.

Vanaf groep 3 besteden we zo’n twee uur per week aan deze creatieve vakken die
evenwicht in het lesprogramma brengen; niet alleen het leren heeft de nadruk,
ook de creatieve vorming. Toch zien we deze vakken niet alleen als ontspannend.
Ook hier worden doelen gesteld en streven we kwaliteit na. Daarnaast doen we
mee met de “Cultuurmenu’s”: in samenwerking met “Toonbeeld” maken de kinderen
(van alle groepen) kennis met culturele activiteiten, die zowel op school als
daarbuiten plaatsvinden. U kunt hierbij denken aan het bezoeken van dans- en
muziekvoorstellingen, musea en de bioscoop.

In de groepen 1/2 is de creatieve vorming geïntegreerd in het totale programma.



Sociaal-emotionele vorming

De sociaal-emotionele vorming krijgt in alle groepen veel aandacht. Op een
gestructureerde manier zijn we met de kinderen in alle leerjaren bezig met deze
belangrijke vorming.

De ondersteunende methode is “Leefstijl”. We hanteren op school een
pestprotocol. Pesten is een probleem dat in alle geledingen van de maatschappij
voorkomt. Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een
probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus willen aanpakken. Het
pestprotocol hebben wij opgesteld met als doel: "Alle kinderen moeten zich
in hun basisschoolperiode vrij en veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen
ontwikkelen." We gebruiken het Sociaal Emotionele Ontwikkeling instrument
“Zien”. Dit observatiesysteem maakt het mogelijk om de ontwikkelingslijnen van
de leerlingen op sociaal- en emotioneel gebied in kaart te brengen. Het helpt
de leerkrachten om nog beter zicht te krijgen op de hulpvraag, die het kind
stelt met zijn gedrag.




 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 








Bewegen

In groep 1/2 staat bewegingsonderwijs dagelijks op het rooster.

Er wordt in de klas gespeeld, op het schoolplein en minstens 1x per week in het
gymlokaal. Vanaf groep 3 krijgen de kinderen 2 keer in de week gymles van hun
groepsleerkracht. De leerlingen moeten ongeveer 5 minuten lopen naar de gymzaal
aan de Merwedelaan. De leerlingen van groep 8 gymmen 1x per week in de gymzaal
in de Merwedelaan en 1x per week in de Vliegende Vaart.

 

Onderwijs naar behoefte

Bij elk vak wordt door de leerkracht gekeken wat de onderwijsbehoefte is van de
individuele leerling. De les wordt gezamenlijk gestart. Daarna beginnen kinderen
die zonder hulp/uitleg hun nieuwe taak aankunnen gelijk aan hun
opdracht. Wanneer blijkt dat kinderen behoefte hebben aan instructie,
krijgen zij die uitleg, terwijl de overige kinderen aan de slag zijn gegaan. De
leerkrachten lopen daarna een vaste route om te zien of er mogelijk
startproblemen zijn bij bepaalde kinderen. Ook wordt er gebruik gemaakt van de
instructietafel om aan één of meerdere leerlingen extra uitleg te geven. De
kinderen die de oefenstof snel afhebben, kunnen daarna de verdiepingsopdrachten
gaan maken. Dit doen ze zoveel mogelijk zelfstandig. Voor alle leerlingen geldt
dat zij de basisstof moeten beheersen.

Daarnaast werken we al een aantal jaren aan adaptiever onderwijs.

Dit laatste betekent dat we ons onderwijs zo
willen inrichten dat kinderen optimale zorg krijgen om zich in een doorgaande
lijn te kunnen ontwikkelen en waarbij we zo effectief mogelijk proberen te
werken. In alle groepen ligt nu het accent op zelfstandig werken.

Door gebruik te maken van (vooraf afgesproken) symbolen weten de kinderen
wanneer ze zelfstandig moeten werken.

Ook doen we veel aan coöperatief leren: in groepjes van 2 tot 4 kinderen leren
kinderen (van en met elkaar) een gezamenlijke opdracht maken waarbij het accent
ligt op het ontwikkelen en stimuleren van de taal- denkontwikkeling.

Groep 1 en 2

Ook in de kleutergroepen proberen we de zelfstandigheid te bevorderen. We gebruiken hiervoor concrete symbolen.
Deze betekenen bijvoorbeeld: je mag de juf niet storen…heb je toch een probleem dan
probeer je dit eerst zelf op te lossen of je vraagt hulp binnen je groepje. Kom
je er echt niet uit, dan geef je dit door middel van een afgesproken ‘teken’
aan zodat de juf ziet dat je hulp nodig hebt. Tijdens het zelfstandig werken
hebben we tijd om kleine groepjes extra hulp te geven of te observeren.

 

Groep 3 tot en met 8

Zelfstandig werken wordt vooral gebruikt tijdens rekenen, maar ook wel tijdens
verwerken van zaakvakken, spelling en taal.

In de groepen hangt een symbool tijdenszelfstandig werken. Afhankelijk van de kleur
moet er geheel zelfstandig wordengewerkt zonder overleg (rood), mag er samenwerkend
geleerd worden in 2-tallen uit je groepje (oranje) of mag er hulp van elke willekeurige medeleerling
gevraagd worden (groen). De leerkrachten hebben vaste looproutes zodat de
kinderen weten wanneer ze hulp kunnen vragen. Tijdens het zelfstandig werken
heeft de leerkracht tijd om te observeren, extra instructie te geven,
hulprondes te lopen, te toetsen, feedback te geven, enz. Als hulp van de
leerkracht wordt gewenst, legt de leerling een rood kaartje op tafel. Per les
wordt afgesproken of er mag worden samengewerkt en wat er gedaan moet worden
als de opgegeven taak af is.

We proberen ons lokaal zo handig mogelijk in te richten, zodat kinderen
uitgenodigd worden om zelfstandig te kunnen werken. Dit doen we onder andere
door gebruik te maken van een instructietafel en materialen zo neer te zetten
dat ze goed bereikbaar voor kinderen zijn.



Klokurentabel: verantwoording verplichte uren onderwijstijd

 

 

groep
  1

groep
  2

groep
  3

groep
  4

groep
  5

groep
  6

groep
  7

groep
  8

Kleine

groepsactiviteiten

7.00

7.00

 

 

 

 

 

 

Grote

groepsactiviteiten

7.45

7.45

 

 

 

 

 

 

Rekenen/

rekenontwikkeling

 

 

5.00

5.00

5.00

5.00

5.00

5.00

Spelling/lezen/taal/

begrijpend
  lezen

2.00

2.00

7.00

7.50

8.00

8.00

7.30

7.30

Wereldoriëntatie

 

 

 

1.15

1.15

3.30

3.30

3.30

3.30

Expressieactiviteiten

1.15

1.15

2.00

2.00

2.00

2.00

2.00

2.00

 

Godsdienst

 

2.30

2.30

2.00

2.00

2.00

2.00

2.00

2.00

Bewegingsonderwijs

1.00

1.00

2.00

2.00

2.00

2.00

2.00

2.00

 

Schrijven

 

 

 

2.00

1.10

0.45

0.45

0.30

0.30

Studievaardigheden/
  informatieverwerking

 

 

 

 

0.45

0.45

0.30

0.30

Sociaal
  Emotionele vorming

0.15

0.15

0.30

0.30

0.30

0.30

0.30

0.30

Engels

 

 

 

 

 

 

1.00

1.00

Pauze

1.15

1.15

1.15

1.15

1.15

1.15

1.15

1.15